In de Overtuin

De website waar muziek in zit !














































Onderwerpen van deze website:

kinderlied kinderliedje kinderliedjes slaapliedje wiegeliedje slaapliedjes wiegeliedjes tekst en muziek teksten liedtekst liedteksten songtekst lied liedje liedjes kinderliederen rijmpjes versjes voor kinderen slaapliedjes wiegeliedjes zingen met kinderen liedjes peuters kleuters oude traditionele liedjes kinderliedjes van vroeger zingen bekende kinderliederen lied liedarchief verzameling liedjes liedverzameling liedjesverzameling overzicht Nederlandse liedjes



Onderwerpen van deze site:

zingen meezingen samenzang bladmuziek wijs wijsje melodie noten muzieknotatie zingen gitaar piano pianomuziek liedboekje liedboekjes liederen site website met liedjes uit mijn jeugd ik ben op zoek naar de tekst van een liedje vergeten herinneren wie weet de tekst van het volgende liedje liedtekst songtekst songtext melodie bladmuziek muzieknotatie muziek kind kindjes kinderen



Onderwerpen van deze liedjessite:

tekst en muziek teksten liedtekst songtekst peuters kleuters kinderen liedjessite lied liedje liedjes liederen kinderlied kinderliedje nederlandse kinderliedjes kinderliederen nederlands nederlandstalig nederlandstalige

Ze huilt !   Wiegeliedjes

Een keuze uit de verzameling liedjes van deze site






Klap eens in je handjes, blij, blij, blij,
op je boze bolletje, allebei.
Armpjes in de hoogte, armpjes in je zij
zo varen de scheepjes voorbij,
zo varen de scheepjes voorbij.





In de maneschijn, in de maneschijn,
klom ik op het trapje naar het raamkozijn.
Maar je raadt het niet, maar je raadt het niet,
zo vliegt een vogel en zo zwemt een vis,
zo doet een duizendpoot
die schoenenpoetser is.

En dat is één en dat is twee,
en dat is dikke, dikke, dikke tante Kee.
En dat is recht,
en dat is krom,
en nu draaien we het wieltje nog eens om,
rom bom!





Opa Bakkebaard heeft een huisje
en in dat huisje daar is het goed,
opa Bakkebaard is aan 't werken
en weet jij wel wat hij doet?

Hij veegt de vloer,
met een bezem, met een bezem,
hij veegt de vloer,
zo veegt hij de vloer.

Opa Bakkebaard heeft een huisje
en in dat huisje daar is het goed,
opa Bakkebaard is aan 't werken
en weet jij wel wat hij doet?

Hij bakt een taart,
in de oven, in de oven,
hij bakt een taart,
zo bakt hij een taart.

Opa Bakkebaard heeft een huisje
en in dat huisje daar is het goed,
opa Bakkebaard is aan 't werken
en weet jij wel wat hij doet?

Hij gaat naar bed,
met een slaapmuts, met een slaapmuts,
hij gaat naar bed,
zo gaat hij naar bed.





Goedenavond speelman,
mijn vader wou vragen
of u 's avonds spelen kan,
voor de kleine poppedijne
en de grote bim-bam.





Grote klokken zeggen:
bimbam, bimbam.
Kleine klokken zeggen:
bimbam, bimbam, bimbam, bimbam.
En het kleine polshorloge:
tikketikke tikketikke tikketikke tik!





Ik stond laatst voor een poppenkraam,
oh, oh, oh!
Daar zag ik mooie poppen staan,
zo, zo, zo!

De poppenkoopman ging op reis,
de poppen raakten van de wijs:

ze deden allemaal zo,
ze deden allemaal zo,
ze deden allemaal zo!





Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek,
boven op een hek.
Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek,
op een mooie zonnige dag in september.

Waarover spraken zij, die drie daar op dat hek,
boven op dat hek?
Waarover spraken zij, die drie daar op dat hek,
op die mooie zonnige dag in september?

't Was over krekeltjes en korenbloemen blauw,
korenbloemen blauw.
't Was over krekeltjes en korenbloemen blauw,
op die mooie zonnige dag in september.





Boer, wat zeg je van mijn kippen,
boer, wat zeg je van mijn haan?
Hebben ze dan geen mooie veren,
of staat jou de kleur niet aan?
Boer, wat zeg je van mijn kippen,
boer, wat zeg je van mijn haan?





Onder hele hoge bomen
in het groot kabouterbos
staat een heel klein aardig huisje
zomaar midden op het mos.

'k Zou er graag in willen wonen,
maar ik ben toch veel te groot,
't is gemaakt voor de kabouters
met hun jasjes, mutsjes rood.

Als het nacht is en heel donker
is het helemaal niet naar,
want dan zitten de kabouters
heel gezellig bij elkaar.

Ieder zit er op een stoeltje
met een kaarsje in zijn hand
en dan zie je allemaal lichtjes
in kabouter-sprookjesland.





In een groen, groen, groen, groen knollen-knollen-land,
daar zaten twee haasjes heel parmant
en de één die blies de fluite-fluite-fluit
en de ander sloeg de trommel.

Toen kwam opeens een jager-jager-man
en die heeft er een geschoten
en dat heeft naar men wel denken denken kan,
de ander zeer verdroten.



variant:


In een groen, groen, groen, groen knollen-knollen-land,
daar zaten twee haasjes heel parmant
en de één die blies de fluite-fluite-fluit
en de ander sloeg de trommel.

Toen kwam de kleine Julia er aan
en die ging leuk met ze spelen
en dat ging naar je wel denken denken kan,
hun echt niet snel vervelen!





Op een grote paddestoel
rood met witte stippen
zat kabouter Spillebeen
heen en weer te wippen.
Krak, zei toen de paddestoel,
met een diepe zucht,
allebei de beentjes,
hoepla in de lucht!





Er zaten zeven kikkertjes
al in een boerensloot.
De sloot die was bevroren,
de kikkertjes half dood.
Ze kwekten niet, ze kwakten niet
van honger en verdriet,
er zaten zeven kikkertjes
al in een boerensloot.





De koster is geschrokken,
bim-bam-bom
door 't luiden van de klokken,
bim-bam-bom.
Want de klokken van de toren,
bim-bam-bom
die kun je heel ver horen,
bim-bam-bom.





Rijen, rijen, rijen
in een wagentje
en als je dan niet rijen wil
dan draag ik je!

Rijen, rijen, rijen
in een wagentje
en als je dan niet rijen wil
dan draag ik je!





De uil zat in de olme bij het vallen van de nacht
en op de gindse heuvels daar klonk het antwoord zacht:
koekoek, koekoek, koekoe koekoe koekoek,
koekoek, koekoek, koekoe koekoe koekoek.





'k Zag twee beren
broodjes smeren
o het was een wonder!

't Was een wonder boven wonder
dat die beren smeren konden.

Hi hi hi, ha ha ha
'k stond erbij en ik keek ernaar.





Alle eendjes zwemmen in het water,
falderalderiere, falderalderare,
alle eendjes zwemmen in het water,
fal, fal, falderalderalderaldera.





Schaapje, schaapje, heb je witte wol?
Ja baas, ja baas, drie zakken vol.
Een voor de meester,
en een voor zijn vrouw,
een voor het kindeke
dat bibbert van de kou.
Schaapje schaapje heb je witte wol?
Ja baas, ja baas, drie zakken vol.





Als de grote klokke luidt, de klokke luidt,
de reuze komt uit.
Kere weerom, reuze, reuze,
kere weerom, reuzegom.

Moeder, hang de pot op 't vier, de pot op 't vier,
de reuze komt hier.
Kere weerom, reuze, reuze,
kere weerom, reuzegom.





Altijd is Kortjakje ziek,
midden in de week maar 's zondags niet.

Zondags gaat zij naar de kerk,
met een boek vol zilverwerk.

Altijd is Kortjakje ziek,
midden in de week maar 's zondags niet.





Berend Botje ging uit varen,
met zijn scheepje naar Zuidlaren.
De weg was recht, de weg was krom,
nooit kwam Berend Botje weerom.

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven,
waar is Berend Botje gebleven?
Hij is niet hier, hij is niet daar,
hij is naar Amerika!

Amerika, Amerika,
drie maal in de rondte, van je hopsasa!





Bim, bam, beieren,
de koster lust geen eieren.
Wat lust hij dan?
Spek in de pan,
daar wordt de koster dik en vet van!





Daar was laatst een meisje loos,
die wou gaan varen, die wou gaan varen,
daar was laatst een meisje loos,
die wou gaan varen als lichtmatroos.

Zij moest klimmen in de mast,
maken de zeilen, maken de zeilen,
zij moest klimmen in de mast,
maken de zeilen met touwtjes vast.


(zie voor complete tekst: Kinderliedjes D-E)





De bezem, de bezem,
wat doe je ermee, wat doe je ermee?
Je veegt ermee, je veegt ermee
de vloer, de vloer.





Een treintje ging uit rijden
van Amsterdam naar Rotterdam
en achter al die raampjes
daar zaten zoveel kindertjes
en die deden zo en die deden zo
achter al die raampjes
en die deden zo en die deden zo
hi ha ho!





Een, twee, drie, vier,
hoedje van, hoedje van,
een, twee, drie, vier,
hoedje van papier.

Heb je dan geen hoedje meer,
maak er één van bordpapier,
een, twee, drie, vier,
hoedje van papier.

Een, twee, drie, vier,
hoedje van, hoedje van,
een, twee, drie, vier,
hoedje van papier.

Als het hoedje dan niet past,
zet het in de glazenkast.
een, twee, drie, vier,
hoedje van papier.





Een veldmuis vond in het beukenbos
een lege notendop.
Hij poetste hem met vochtig mos
en zand een beetje op.
Hij maakte er twee wieltjes aan
en zei: mijn fiets is klaar!
Nu rijd ik van de heuvel af
zonder het minst bezwaar,
nu rijd ik van de heuvel af
zonder het minst bezwaar!

Hij deed zoals hij had gezegd
en ging bij volle maan
met fiets en al op het topje van
een hoge heuvel staan.
Hij trok zijn pootjes in en: hoeps!
daar ging hij naar omlaag!
Da's voor een muis in elk geval
toch al een hele waag,
da's voor een muis in elk geval
toch al een hele waag!

Maar halverwege: AUW! daar kwam
zijn staartje tussen het wiel!
De notendop sloeg om en om
zodat de veldmuis viel.
Beneden sprong hij hinkend rond,
maar 't allergekste was:
zijn fiets zat aan zijn staart geklemd,
zo kwam de muis te pas,
zijn fiets zat aan zijn staart geklemd,
zo kwam de muis te pas!





Schuitje varen, theetje drinken,
varen wij naar de Overtoom,
drinken wij zoete melk met room,
zoete melk met brokken,
kindje mag niet jokken!





Elsje, Fiederelsje,
zet je klompjes bij 't vuur.
Moeder bakt pannenkoeken,
maar het meel is zo duur.

Tingelingelinge pannekoek,
stroop met rozijnen,
tingelingelinge pannekoek,
kom op bezoek!





Er was er eens een mannetje dat was niet wijs,
dat bouwde zijn huisje al op het ijs
maar toen ging het dooien en niet vriezen
en toen moest dat mannetje zijn huisje verliezen
o, o, o, dwars door het ijs
want dat mannetje was niet wijs.





Er was er eens een vrouw
die koekenbakken wou,
maar het meel dat wou niet rijzen.
De pan viel om
en de koeken waren krom
en haar man heette Jan van Gijsen.





Er zat een aapje op een stokje,
achter moeders keukendeur.
Hij had een gaatje in zijn rokje,
en daar stak zijn staartje deur.





Hannes loopt op klompen,
zimpe zampe zompe,
door de plassen dat het spat,
broek en kousen worden nat!
Moeder zegt: "Je laat dat hoor!"
Hannes die loopt stevig door
hij laat zich niet lompen!





Hansje pansje kevertje,
klom eens op een hek.
Neer viel de regen,
die spoelde Hansje weg.
Toen kwam de zon
en die maakte Hansje droog.
Hansje pansje kevertje,
klom toen weer omhoog.





Helikopter, helikopter,
mag ik met jou mee omhoog?
Hoog in de wolken wil ik wezen
hoog in de wolken wil ik zijn.
Helikopter, helikopter,
vliegen is zo fijn!





Het regent, het regent,
de pannetjes worden nat.
Daar kwamen twee boerinnetjes,
die vielen op hun kinnetjes.
Het regent, het regent,
de pannetjes worden nat.





Hop Marjanneke,
stroop in het kanneke,
laat de poppetjes dansen!
Gisteren was er de prins in het land
en nu die kale Fransen.

Hop Marjanneke,
stroop in het kanneke,
hop Marjanneke Jansen!
Hij wiegt het kind, hij roert de pap
en laat de poppetjes dansen.





Ik ben geboren in Frieseland,
Frieseland, Frieseland,
ik ben geboren in Frieseland
en daarom ben ik hier.

Van jampot jampot likkelikkelik,
van jampot jampot likkelikkelik,
en daarom ben ik hier!

Ik heb geen vader of moeder meer,
moeder meer, moeder meer,
ik heb geen vader of moeder meer
en daarom ben ik hier!

Van jampot jampot likkelikkelik,
van jampot jampot likkelikkelik,
en daarom ben ik hier!





Ik zou zo graag een koeike kopen,
Annemarie-Katrien-Katrien
Ik zou zo graag een koeike kopen,
Annemarie-Katrien.

Wat zou je met dat koeike doen,
Annemarie-Katrien-Katrien?
Wat zou je met dat koeike doen,
Annemarie-Katrien?

Melken, melken,
Annemarie-Katrien-Katrien.
Melken, melken,
Annemarie-Katrien.





In Den Haag daar woont een graaf
en zijn zoon heet Jantje.
Als je vraagt: Waar woont je pa?
dan wijst hij met zijn handje.
Met zijn vingertje en zijn duim,
op zijn hoed draagt hij een pluim,
aan zijn arm een mandje.
Dag, mijn lieve Jantje!





Klein klein kindeke
waarom huil je nou?
Kom bij ons in ons midden
wij hebben hier een schouw,
we zullen een vuurtje stoken,
we zullen een pappeke koken,
je krijgt er ook je speentje bij
dan ben je alweer blij!

Klein klein kindeke
heb je zulke kou?
Kom bij ons in ons midden
wij hebben hier een schouw,
we zullen een vuurtje stoken,
we zullen een pappeke koken,
je krijgt er ook je speentje bij
dan ben je alweer blij!





Klein, klein kleutertje,
wat doe je in mijn hof?
Je plukt er alle bloempjes af
en maakt het veel te grof.
O, mijn lieve mamaatje,
zeg het niet tegen papaatje!
Ik zal zoet naar school toe gaan,
En de bloemetjes laten staan.





Maantje, maantje,
sta je daar stil op wacht
tussen de sterrenpracht?
Maantje, maantje,
kijk ik je aan is het
net of je lacht.





Meiregen, maak dat ik groter word, groter word,
groot zijn dat wens ik zozeer!
Moederlief was ik maar groot genoeg, groot genoeg,
'k liep in de regen niet meer.
Moederlief was ik maar groot genoeg, groot genoeg,
'k liep in de regen niet meer.





Onder moeders paraplu
liepen eens twee kindjes,
Hanneke en Janneke,
dat waren dikke vrindjes.
En hun klompjes gingen klik, klak, klik,
en de regen deed van tik, tak, tik,
op moeders paraplu,
op moeders paraplu.





Op een klein stationnetje
's morgens in de vroegte
stonden zeven wagentjes
keurig op een rijtje

en het machinistje
blies al op zijn fluitje,
hakke, hakke, puf, puf,
weg zijn wij!





Oze wiezewoze wieze walla kristalla
kristoze wiezewoze wieze wies wies wies wies.





Poesje mauw,
kom eens gauw:
ik heb lekk're melk voor jou!
En voor mij:
rijstebrij,
o, wat heerlijk smullen wij!





Varen varen over de baren,
varen varen over de zee,
varen varen over de baren,
varen varen over de zee,
hoezee!





Vader Jacob, vader Jacob,
slaapt gij nog? slaapt gij nog?
Alle klokken luiden, alle klokken luiden,
bim bam bom, bim bam bom.





Zagen, zagen, wiedewiedewagen,
Jan kwam thuis om een boterham te vragen.
Vader was niet thuis, moeder was niet thuis,
Piep, zei de muis in het voorhuis.





Roodborstje tikt tegen 't raam, tin, tin, tin,
laat mij erin, laat mij erin.
't Is hier te guur en te koud naar mijn zin,
laat mij erin, tin, tin, tin.

't Meisje deed open en nam op haar schoot
kruimeltjes suiker en kruimeltjes brood.
Dat was het roodborstje wel naar de zin,
vloog toen het bos weder in.





Rosalinda ging uit wandelen
en zij nam haar zusje mee
en zij kocht een pond amandelen
en die deelde ze in twee.





Slaap, kindje, slaap,
daar buiten loopt een schaap.
Een schaap met witte voetjes,
dat drinkt zijn melk zo zoetjes.
Slaap, kindje, slaap,
daar buiten loopt een schaap.





Maantje tuurt, maantje gluurt
al door de venster-ruiten
weet je wat of hij zeggen wil...
't is in de kamer zo stil, zo stil...
Zijn de kinderen al naar bed,
of lopen ze nu nog buiten?
Zijn de kinderen al naar bed,
of lopen ze nu nog buiten?

Lieve maan, kijk 'r es aan,
ze liggen allang in de veren.
Mooi, zegt maantje en lacht en lacht,
'k wens jullie allen een goede nacht
morgen komt er een nieuwe dag...
van spelen en van leren,
morgen komt er een nieuwe dag...
van spelen en van leren.





Schattekind, schattekind,
knuffel- knuffel- knuffel- knuffelkind,
zonnekind, sterrekind,
jij bent m'n liefste kind!

Lentekind, zomerkind,
brabbelkind en babbelkind,
liedjeskind, boekenkind,
jij bent m'n liefste kind!

Wiegekind, wandelkind,
tranenkind en schaterkind,
hapjeskind, trappelkind,
jij bent m'n liefste kind!

Ochtendkind, avondkind,
lieve kleine doedeldijnekind,
schattekind, knuffelkind
jij bent m'n liefste kind!






Voor bladmuziek en mp3
klik hieronder op: Met muziek







Home       Zoek       Links       Volksliedjes       Gastenboek       Colofon