In de Overtuin

De website waar muziek in zit !





























































Info

Inhoud website: kinderliedjes radio lawaaipapegaai - ruim 300 nederlandse kinderliedjes - tekst complete teksten alle coupletten nederlandse liedjes kinderlied kinderliedje kinderliedjes lied nederlands liedje kinderliederen

Trefwoorden: oude bekende klassieke traditionele nederlandse liedjes zingen met peuters kleuters kleine kinderen songtekst songteksten couplet refrein liedtekst liedteksten nederlandstalig liedje van vroeger nederlandstalige liedjes nederland radio lawaaipapegaai lawaaipapagaai radio lawaai papegaai radioprogramma kleuters peuters kleuter peuter wieteke van dort joop stokkermans burny bos papelagaaiwaai

Varianten: zwemlied vrouwelijke agent zwemmen pech tegenslag ongeluk buitenlands kind buitenlandse kinderen nederlands verjaardag jarig verjaardagsliedje verhuizen verhuizing zes jaar kleuterschool lagere school afscheid dood doodgaan sterven overlijden winter sneeuw sleeen sleetje rijden sneeuwpop pech ongeluk ziek vallen pijn verjaardag jarig gefeliciteerd feliciteren geld rijk zijn handen wassen haren kammen herfst wind storm varen boten boot bootje roeien zeilen water winter sneeuw bergen been breken vakantie op reis reizen uit logeren dieren telefoon telefoneren bellen opbellen brief brieven schrijven niet naar bed niet willen slapen flat in een flat wonen huis huizen spelen verkleden verkleedkist verkleedkleren meester leraar schoolmeester sprookjes elfen reuzen trollen heksen klok klokkijken klok leren kijken vakantie strand zon zee strand fantasieland in verwachting zijn zwangerschap baby oma grootmoeder oud worden bejaard bejaardenhuis roken snoepen herfst onweer storm regen donder bliksem kapper haar knippen 1 april grap grappen grapjes ziek kinderziektes autorijden rijden auto gehandicapt handicap invalide verlamd zijn rolstoel blind blindheid doof doofheid enge dieren slang spin wesp worm spelen fantaseren kamer slaapkamer kinderkamer vliegen verdriet verdrietig zijn huilen kinderverdriet dood doodgaan sterven overlijden enge dromen nachtmerrie nachtmerries slapen toekomst toekomstdromen volwassen worden groot beroepen engels spaans taal andere talen spreken ziek ziekenhuis verpleegster dokter arts winter kou koud ijskoud schoonmaken

Liedjes van Radio Lawaaipapegaai

Het legendarische radioprogramma voor peuters, kleuters
en lagere school-leeftijd
(1976 - 1978)




           



teksten: Burny Bos
muziek: Joop Stokkermans
uitvoering: Wieteke van Dort



©   Copyright
Op onderstaande teksten en de bladmuziek
rust copyright! Klik hier.




Armen strekken, goed uitdrijven
en nu zijwaarts, spreid en sluit.
Ik lig in het water, dat gaat lekker
ik lig in het water, ik ga vooruit.

Zwemmen op je buik, zwemmen op je rug
gauw naar de overkant en vlug weer terug.
Zwemmen op je buik, zwemmen op je rug,
gauw naar de overkant en vlug weer terug.

Zachtjes springen, kleine hupjes
heel voorzichtig, nu omlaag.
Ik spring van de duikplank, dat gaat lekker,
ik spring van de duikplank, dat doe ik graag.

Zwemmen op je buik, zwemmen op je rug,
gauw naar de overkant en vlug weer terug.
Zwemmen op je buik, zwemmen op je rug,
gauw naar de overkant en vlug weer terug.






Bah, wat een dag, bah, wat een dag,
een dag waarop niks lukken mag.
Bah, wat een dag, bah, wat een dag,
bah, bah, wat een tegenslag!

Hagel, wind en kletterregen,
alles zit vandaag ook tegen,
storm en een kapotte ruit,
't weer dat komt m'n oren uit.

Bah, wat een dag, bah, wat een dag,
een dag waarop niks lukken mag.
Bah, wat een dag, bah, wat een dag,
bah, bah, wat een tegenslag!

Laat uit bed, oh, half negen,
alles zit vandaag ook tegen,
pats! daar valt m'n kopje thee,
geen papier op de wc.

Bah, wat een dag, bah, wat een dag,
een dag waarop niks lukken mag.
Bah, wat een dag, bah, wat een dag,
bah, bah, wat een tegenslag!

Kiespijn, hoofdpijn, wat een zorgen,
waarom is 't niet vast morgen,
is de kachel ook nog stuk
en op straat een ongeluk.

Bah, wat een dag, bah, wat een dag,
een dag waarop niks lukken mag.
Bah, wat een dag, bah, wat een dag,
bah, bah, wat een tegenslag!






Cadeautje, cadeautje,
een speelgoedbeer, een bootje,
cadeautje, cadeautje,
wat zal het zijn?

Allemaal in een kringetje,
allemaal in een rij,
de eerste die wat geven mag
de eerste dat ben jij!






Dag juf, dag school, dag kinderen,
we zijn nu allemaal zes,
straks gaan we naar de grote school,
daar krijg je rekenles:
twee, twee erbij is vier,
drie, drie erbij is zes.
De meester leert ons schrijven
en de juf geeft timmerles!






Dwarrel, dwarrel, wat is er aan de hand?
Dikke vlokken in de lucht, sneeuw in het land!

Dan pakken we de slee, hup één twee,
en glijden van de heuvel naar benee.

Dwarrel, dwarrel, wat is er aan de hand?
Dikke vlokken in de lucht, sneeuw in het land!

Dan maken we een pop, één twee hop
met een dikke buik en een hoofd erop.

Dwarrel, dwarrel, wat is er aan de hand?
Dikke vlokken in de lucht, sneeuw in het land!






Een ongelukje is nooit leuk,
een ongeluk doet pijn,
maar met een pleister en een kus
voel je je vlug weer fijn.

Au, wat een pech,
tanden door m'n lip,
vijf blauwe plekken
en een pleister op m'n bip!

Soms val je zomaar van je step,
boem, keihard op de straat,
de tranen spatten uit je hoofd,
als dat maar over gaat.

Au, wat een pech,
tanden door m'n lip,
vijf blauwe plekken
en een pleister op m'n bip!

Soms bots je tegen iemand op,
een fietser in de straat,
je knieën bloeden allebei,
als dat maar overgaat.

Au, wat een pech,
tanden door m'n lip,
vijf blauwe plekken
en een pleister op m'n bip!

Soms is een ongeluk heel erg,
de dokter komt er bij,
en als je dan weer beter wordt,
is iedereen heel blij.






Gefeliciflapstaart, nog vele jaren,
mag ik de taart tot straks bewaren?
'k Geef je een hand, 'k geef je een kus
en ook nog eentje van m'n zus!

Je wordt nu 6, gefeliciteerd!






Ha-ha, o jee, o jee-mi-nee,
o jee-mi-nee, mi-nenten,
ha-ha, o jee, o jee-mi-nee,
een portemonnaie vol centen,
o jee, wat een geluk:
rijk als Dagobert Duck.

Hoeveel ha-ha, hoeveel ha-ha,
hoeveel precies, hoeveel,
hoeveel ha-ha, hoeveel ha-ha,
............ gulden!

Op de rug van m'n oom,
't is niet te geloven,
daar groeien de centen
van onder tot boven.
En moet ik betalen,
dan pluk ik heel vlug
wat centjes van m'n oom z'n rug.






Handen wassen voor het eten,
voeten vegen op de mat.
Tanden poetsen niet vergeten
zo, nu gaan we fijn in bad!

Wassen, wassen, telkens maar weer,
wacht maar tot ik groot ben,
dan was ik me nooit meer!

Haren kammen bij 't opstaan,
handen wassen na een plas.
Nagels knippen, neuzen snuiten,
'k wou dat ik vast tachtig was!

Wassen, wassen, telkens maar weer,
wacht maar tot ik groot ben,
dan was ik me nooit meer!

Billen wassen, voeten wassen,
hé, wie heeft de zeep gezien?
Haren wassen, au, m'n ogen,
'k voel me net een wasmachien!

Wassen, wassen, telkens maar weer,
wacht maar tot ik groot ben,
dan was ik me nooit meer!






Haoe..... Haoe.....

Daar vliegt m'n muts, m'n jas, m'n tas
daar vliegt m'n autoped.
Wat loeit de wind, daar vliegt een kind
en kijk daar vliegt m'n bed!

Met de wind in je rug
ga je lekker vlug,
met de wind in je snuit
kom je niet vooruit.

Haoe..... Haoe.....

Daar vliegt m'n schoen, m'n bal, m'n pop
daar vliegt m'n hobbelpaard.
Wat loeit de wind, daar vliegt de Sint
en kijk, daar vliegt z'n baard!

Met de wind in je rug
ga je lekker vlug,
met de wind in je snuit
kom je niet vooruit.






Hoog is een berg, een berg vol sneeuw,
ik slee naar beneden en ik geef een schreeuw:
jodelahitie, jodelahitie, ik kom eraan,
jodelahitie, jodelahitie, ik blijf niet staan,
jodelahitie, jodelahitie, ik val languit,
jodelahitie, plat op m'n snuit.

Glad is het ijs, ik val op m'n bil,
de sloot is bevroren en ik geef een gil,
jodelahitie, jodelahitie, ik kom eraan,
jodelahitie, jodelahitie, ik blijf niet staan,
jodelahitie, jodelahitie, ik val languit,
jodelahitie, plat op m'n snuit.

Wat is het koud, nu sneeuwt 't alweer,
ik val onderuit en ik schreeuw nog een keer,
jodelahitie, jodelahitie, ik kom eraan,
jodelahitie, jodelahitie, ik blijf niet staan,
jodelahitie, jodelahitie, ik val languit,
jodelahitie, plat op m'n snuit.

O, wat een pech, m'n been is echt stuk,
de dokter moet komen, 't is een ongeluk,
jodelahitie, jodelahitie, ik kom eraan,
jodelahitie, jodelahitie, ik blijf niet staan,
jodelahitie, jodelahitie, ik val languit,
jodelahitie, plat op m'n snuit.
jodelahitie, jodela-itie, joe!






Ik ga op reis, ik ga logeren,
haren gekamd en schone kleren,
handen gewassen, tanden wit,
wie weet wat er in m'n koffertje zit?

Een kammetje, een regenjas,
een borsteltje, een nieuwe das,
schoon ondergoed en ook m'n pop,
een zakdoek en een zoute drop,
voor oma neem ik ook iets mee:
een appeltaart, een appeltaart,
een taart voor bij de thee!






Ik heb een beest, dat vind ik leuk,
't slaapt in een mand en soms heeft 't jeuk.
't Krabt op z'n kop, 't springt in 't rond,
't is geen poes, maar 't is een....... hond.

Ik heb een beest, vind jij dat gek?
Ze legt een ei, geen tand in d'r bek.
Ze krabt op d'r kop, ze zit op d'r bip,
't is geen hond, maar 't is een....... kip.

Ik heb een beest, hoe vind je dat?
't Draagt een snor en houdt niet van nat.
't Krabt op d'r kop, soms graaft ze een gat,
't is geen kip, maar 't is een....... kat.






Ik heb een rooie telefoon,
daar bel ik vaak iemand mee op,
dat durf ik best, ik praat gewoon
een uurtje met mijn pop.

"Hallo, hoor ik m'n poppenhuis,
of spreek ik met m'n bed?
Vertel eens, is m'n pop ook thuis?
M'n pop heet tante Jet."

"Hallo, hallo, je spreekt met mij
en ik, ik spreek met jou,
hoe gaat het pop, ben je wel blij,
zeg eens, hoe gaat het nou?"






Ik schrijf je een brief,
ik weet hoe dat moet,
Hoe gaat het met jou?
Met mij gaat het goed!

Lik, lik postzegel
lik, lik envelop,
lik, lik brievenbus
je naam staat er op.

Ik schrijf je een brief
vanuit Rotterdam.
Ik vind je zo lief,
'k wou dat je bij me kwam.

Lik, lik postzegel
lik, lik envelop,
lik, lik brievenbus
je naam staat er op.

Ik schrijf je een brief,
omdat je jarig bent,
gefeliciflapstaart,
ben je flink verwend?

Lik, lik postzegel
lik, lik envelop,
lik, lik brievenbus
je naam staat er op.






Ik wil nog niet naar bed,
ik ben nog echt niet moe,
mag ik nog even blijven?
'k Wil niet naar bedje toe!

Tanden poetsen en een plas,
handen wassen....... gaap...
pyjama aan en dan naar bed,
'k heb helemaal geen slaap.

Ik wil nog niet naar bed,
doe nou niet zo flauw,
als ik naar m'n bedje moet
hou ik niet meer van jou.






Ik woon in een huis heel dicht bij de zon
in een torenflat met een douche en balkon.
Flat, flat, retteketet,
torenflat, veertien hoog,
daar staat mijn bed, bed, bed,
daar staat mijn bed.

Ik moet met de lift, hee, wie tilt mij op?
Ik woon veertien hoog en kan niet bij de knop!
Flat, flat, retteketet,
torenflat, veertien hoog,
daar staat mijn bed, bed, bed,
daar staat mijn bed.






In een kist bij ons op zolder,
in een hoekje achteraan,
liggen allemaal oude kleren,
'k heb ze wel eens aan gedaan:

een schipperstrui, een regenjas,
een roze bikini en een damestas,
een onderjurk, een hoge hoed,
alles staat me even goed.

Naast die kist bij ons op zolder,
in dat hoekje achteraan,
ga ik me dan soms verkleden,
doe dan al die kleren aan:

de schipperstrui, de regenjas,
de roze bikini en de damestas,
de onderjurk, de hoge hoed,
alles staat me even goed.






't Is ongelooflijk hoe dat kan,
de juf bij ons op school is een man.
Pardon, wat hoor ik daar nou weer?
(meester): "Altijd is Kortjakje ziek",
echt waar, de juf is een meneer.

Meester in de poppenhoek,
meester, 'k heb een vieze broek,
meester, lees nog even voor,
meester je mag blijven hoor!

Wat grappig is 't dat dat kan,
de juf bij hun op school is een man.
Pardon, wat hoor ik daar nou weer?
(meester): "Altijd is Kortjakje ziek",
echt waar, de juf is een meneer.

Meester in de poppenhoek,
meester, 'k heb een vieze broek,
meester, lees nog even voor,
meester je mag blijven hoor!






Kabouters met zo'n puntmuts op,
waar komen die vandaan?
'k Heb er heel veel van gehoord,
zullen ze echt bestaan?

Zuig maar op je duim, verzin 't maar zelf,
kleine kabouters, een reus, een heks, een elf.

Een elf doet lieve dingen
en een reus is groot en sterk,
een trol daar weet ik weinig van,
kabouters zijn aan 't werk.

Zuig maar op je duim, verzin 't maar zelf,
kleine kabouters, een reus, een heks, een elf.

En heksen op hun bezempjes
hoe zit het daar nou mee?
Vliegen ze echt door de lucht,
nemen ze je mee?

Zuig maar op je duim, verzin 't maar zelf,
kleine kabouters, een reus, een heks, een elf.






Kwart voor negen, tien voor zes,
vandaag hebben we klokkijkles!
Jongens, meisjes opgelet
hoe of ik de wijzers zet:
de kleine op de 3,
de grote bovenaan,
tel maar hoe vaak je de klok hoort slaan!

Kwart voor negen, tien voor zes,
vandaag hebben we klokkijkles!
Jongens, meisjes opgelet
hoe of ik de wijzers zet:
de kleine op de 12,
de grote bovenaan,
tel maar hoe vaak je de klok hoort slaan!






Lekker rennen in je blootje,
schelpen zoeken op het strand,
varen in een rubber bootje,
zonnen in een warm land,
en overal zit zand!

Zand op je boterham, zand in je haar
bah, wat voelt dat naar,
zand in je oren,
van achteren en van voren,
zand, zand, zand!

Forten bouwen met je schepje
tunnels graven in het zand,
j' hebt een pet op met een klepje,
want je neus is roodverbrand
en overal zit zand!

Zand op je boterham, zand in je haar
bah, wat voelt dat naar,
zand in je oren,
van achteren en van voren,
zand, zand, zand!






Moet je eens horen, luister nou even,
ik ken een land ver van hier,
daar kun je spelen, nooit meer vervelen,
je hebt er altijd plezier:

'Bestaat-niet-land', 'Bestaat-niet-land',
nooit ruzie, geen rommel, je wordt er niet moe.
'Bestaat-niet-land', 'Bestaat-niet-land',
veel snoep en veel speelgoed, ik ga d'r naar toe.

Eerst heel lang lopen, daarginds de hoek om
en aan het eind bij de trap
moet je naar boven, niet te geloven,
je lacht je daar altijd slap!

'Bestaat-niet-land', 'Bestaat-niet-land',
nooit ruzie, geen rommel, je wordt er niet moe.
'Bestaat-niet-land', 'Bestaat-niet-land',
veel snoep en veel speelgoed, ik ga d'r naar toe.

Een lange glijbaan, een wip en een schommel,
veel tekenfilms op tv,
kijk: pannekoeken en voorleesboeken,
als je het wilt, mag je mee.

'Bestaat-niet-land', 'Bestaat-niet-land',
nooit ruzie, geen rommel, je wordt er niet moe.
'Bestaat-niet-land', 'Bestaat-niet-land',
veel snoep en veel speelgoed, ik ga d'r naar toe.






Mijn oma is verdrietig, ze huilt haar ogen rood,
want ze moet gaan verhuizen, haar huis is veel te groot.

Rimpeltje, rimpeltje kraaienpoot,
kom wonen bij ons, kom oma ga mee,
Rimpeltje, rimpeltje kraaienpoot,
ik wou dat 't mocht, maar vader zegt: "nee".

Mijn oma is verdrietig, ze kan het niet meer aan,
heel vaak zegt ze hetzelfde, zou dat nog overgaan?

Rimpeltje, rimpeltje kraaienpoot,
kom wonen bij ons, kom oma ga mee,
Rimpeltje, rimpeltje kraaienpoot,
ik wou dat 't mocht, maar vader zegt: "nee."

Mijn oma is verdrietig, ze hield zo van de straat,
ze zal de buren missen, 'k snap niet waarom 't zo gaat.

Rimpeltje, rimpeltje kraaienpoot,
kom wonen bij ons, kom oma ga mee,
Rimpeltje, rimpeltje kraaienpoot,
ik wou dat 't mocht, maar vader zegt: "nee."

Mijn oma is verdrietig, daar staat ze nu, vijf-hoog,
ze zwaait wat met haar zakdoek en wrijft haar wangen droog.

Rimpeltje, rimpeltje kraaienpoot,
kom wonen bij ons, kom oma ga mee,
Rimpeltje, rimpeltje kraaienpoot,
ik wou dat 't mocht, maar vader zegt: "nee."






Mijn vader rookt pijp
en m'n moeder sigaar,
maar ik mag niet snoepen
vind jij dat niet raar?

Rook rook puf, puf puf rook,
je hoest ervan en het stinkt nog ook.

Mijn opa rookt sjek
al zeventig jaar,
maar ik mag niet snoepen
vind jij dat niet raar?

Rook rook puf, puf puf rook,
je hoest ervan en het stinkt nog ook.

Mijn oma rookt nooit
geen pijp of sigaar,
van haar mag ik snoepen
vind jij dat niet raar?

Rook rook puf, puf puf rook,
je hoest ervan en het stinkt nog ook.






Onweer in de lucht, storm in de straat
regen op't dak, als dat maar over gaat!

Boink, boink, knetter
boem regenval
eerst komt de lichtflits...
en dan komt de knal!

't Rommelt in de lucht, 't rommelt in de straat
en ik ben zo bang..... als dat maar over gaat!

Boink, boink, knetter
boem regenval
eerst komt de lichtflits...
en dan komt de knal!

Onweer in de lucht gelukkig voorbij
de storm is over en ik ben weer blij!






Onze kapper die heet Kees,
haar in de soep, zenuwpees.
Onze kapper die heet Kees,
'k ben er net naar toe geweest.

Eerst met de kam, dan met de schaar,
knip-knip-knip, nu ben je klaar.
Eerst met de kam, dan met de schaar,
knip-knip-knip, nu ben je klaar.

Onze kapster die heet An,
krul in je neus, koekepan.
Onze kapster die heet An,
An die zo goed knippen kan.

Eerst met de kam, dan met de schaar,
knip-knip-knip, nu ben je klaar.
Eerst met de kam, dan met de schaar,
knip-knip-knip, nu ben je klaar.






Op 1 april had ome Piet,
een kikker in een zak met friet.

Hou op, hou op, ik kan niet meer,
hou op, hou op, m'n buik doet zeer.

Op 1 april had juffrouw An
vijf kikkers in de koekepan.

Hou op, hou op, ik kan niet meer,
hou op, hou op, m'n buik doet zeer.

Op 1 april had meester Cor
een groene kikker in z'n snor.

Hou op, hou op, ik kan niet meer,
hou op, hou op, m'n buik doet zeer.

Op 1 april had opa Wit
een kikker in zijn kunstgebit.

Hou op, hou op, ik kan niet meer,
hou op, hou op, m'n buik doet zeer.

Op 1 april had tante Wil
een dikke kikker in d'r bil.

Hou op, hou op, ik kan niet meer,
hou op, hou op, m'n buik doet zeer.

Op 1 april had Gijs Radijs
wel honderd kikkers op z'n ijs.

Hou op, hou op, ik kan niet meer,
hou op, hou op, m'n buik doet zeer.






Rode vlekken op je wangen,
rode vlekken op je bip,
waterpokken, mazelen
en een korstje op je lip.

Blijf maar in bed, kopje thee gezet,
acht en dertig-twee, en ook nog diaree.






"Rije, rije, rije, ik ben blij dat ik rij",
dat zegt m'n vader, maar ik ben niet blij.

Wat een lange tocht,
ik wil graag naar huis,
naar m'n kamertje,
zijn we al thuis?

Wat een drukke weg,
auto aan de kant,
is de motor stuk,
of een lekke band?

Wat is het al laat,
de lichten gaan aan,
'k wil uit de auto,
mag ik even staan?

Hè, hè, we zijn thuis
en dat vind ik fijn,
nooit meer in de auto,
waar is m'n konijn?

"Rije, rije, rije, ik ben blij dat ik rij",
dat zegt m'n vader, maar ik ben niet blij.






Soms kun je niet goed lopen, dan zijn je spieren stuk,
soms word je zo geboren, of 't is een ongeluk;
dan rij je in een wagentje, je vader duwt je voort
en jij vindt dat dan heel gewoon, omdat 't bij je hoort.

Een kar met wielen, een rood-witte stok,
ik moet naar de overkant, tik, tik, tok.
Een kar met wielen, een rood-witte stok,
ik moet naar de overkant, tik, tik, tok.

Soms kun je niet goed horen, dan zijn je oren stuk,
soms word je zo geboren, of 't is een ongeluk;
dan krijg je zo'n klein dingetje, zo'n dingetje in je oor,
dan kun je anderen weer verstaan, daar is zo'n dingetje voor.

Een kar met wielen, een rood-witte stok,
ik moet naar de overkant, tik, tik, tok.
Een kar met wielen, een rood-witte stok,
ik moet naar de overkant, tik, tik, tok.

Soms kun je niet goed kijken, dan zijn je ogen stuk,
soms word je zo geboren, of 't is een ongeluk;
dan moet je leren lezen met je handen in een boek,
een boek vol kleine bobbeltjes, dat heet een brailleboek.

Een kar met wielen, een rood-witte stok,
ik moet naar de overkant, tik, tik, tok.
Een kar met wielen, een rood-witte stok,
ik moet naar de overkant, tik, tik, tok.






Sssss, ssss, ssss
Ik kruip op de grond en ik maak je bang,
soms steek ik m'n tong uit, want ik ben een slang.
Sssss, ssss, ssss, ik ben een slang,
giftig als wat, ben je al bang?
Ik bijt in je wang, sssssssssssss.

Ik woon in een web, wie vliegt er nou in?
Ik ben heel gewoon, want ik ben een spin.
Spin, spin, spin, vlieg d'r niet in,
ik ben heel gewoon, ik ben een spin,
ik kruip over je kin.

Ik ben geel en zwart en ik zoem heel eng,
Soms prik ik de kinderen, want ik ben een kreng.
Zoem, zoem, zoem, wesp dat ben ik,
Kijk maar goed uit, ben je al bang?
Ik prik in je wang.

Ik ben een wurm, ik ben lang en rond,
ik kan echt niet bijten, ik woon in de grond.
Wroet, wroet, wroet, ik graaf een gang
door alles heen, ik ben een wurm,
en heus geen slang.






Vaak speel ik op m'n kamer
met kinderen uit de klas,
dan spelen we verjaarspartij,
of dat ik moeder was.

Kamertje, kamertje, poppenhuis,
bed in de hoek, een voorleesboek.
Kamertje, kamertje, poppenhuis.
Waar is de beer? De beer is zoek.

Vaak speel ik op m'n kamer,
m'n bed is dan een boot,
dan vaar ik naar Amerika,
wat zijn die golven groot!

Kamertje, kamertje, poppenhuis,
bed in de hoek, een voorleesboek.
Kamertje, kamertje, poppenhuis.
Waar is de beer? De beer is zoek.

Soms moet ik naar m'n kamer,
dan is m'n vader kwaad,
omdat ik niet meer eten wil,
hij doet alsof hij slaat.

Kamertje, kamertje, poppenhuis,
bed in de hoek, een klap voor je broek.
Kamertje, kamertje, poppenhuis.
Waar is de beer? De beer is zoek.






Vliegen, vliegen, hop-sa-sa,
wie doet me na, wie doet me na?
Vliegen, vliegen, hupsakee,
wie doet er mee, wie doet er mee?
Eerst omhoog die vleugeltjes...
en dan weer naar benee.






Wat een ellende, wat een verdriet,
'k wil een snoepje, maar ik mag 't niet.
Huil, huil, huil, huil, huil, huil, treur,
ik heb geen zin in dat gezeur.

Ik wil naar buiten, 'k wil op straat,
"Blijf hier", zegt moeder, "'t is al veel te laat."
Huil, huil, huil, huil, huil, huil, treur,
ik heb geen zin in dat gezeur.

Ik wil geen jas aan, 'k heb 't niet koud,
"hou op", zegt vader, "wat doe jij toch stout".
Huil, huil, huil, huil, huil, huil, treur,
ik heb geen zin in dat gezeur.

Ik wil niet eten, 'k heb geen trek,
"schiet op", zegt vader, "doe nou niet zo gek".
Huil, huil, huil, huil, huil, huil, treur,
ik heb geen zin in dat gezeur.

Wat een ellende, wat een verdriet,
'k wou dat ik groot was, maar ik ben 't niet.
Huil, huil, huil, huil, huil, huil, treur,
ik heb geen zin in dat gezeur.






Wat had ik vannacht een rare droom:
ik vloog door de lucht, boink, tegen een boom,
ik viel op de grond, ik viel in een gat,
bah, wat een nare droom was dat!

Dromen zijn soms leuk, maar vaak ook niet,
dan moet je er van huilen
en dan heb je verdriet, ja, verdriet.

Wat had ik vannacht een rare droom:
ik zwom in een sloot op de rug van m'n oom,
ik viel op de kant, vlakbij zat een rat,
bah, wat een nare droom was dat!

Dromen zijn soms leuk, maar vaak ook niet,
dan moet je er van huilen
en dan heb je verdriet, ja, verdriet.

Wat had ik vannacht een leuke droom:
ik zat in een bad vol koffie met room,
ik waste me goed, maar ik werd niet nat,
oh, wat een leuke droom was dat!

Dromen zijn soms leuk, maar vaak ook niet,
dan moet je er van huilen
en dan heb je verdriet, ja, verdriet.






Wat wil je later worden
word je soms piloot
of schooljuffrouw of kruidenier
of schipper op een boot?

Ik word zuster, ik hou van ziek,
eerst verzorg ik de reumatiek.

Wat wil je later worden
word je soms piloot
of schooljuffrouw of kruidenier
of schipper op een boot?

Ik word kapper, ik hou van haar,
lekker knippen, knip-knip klaar!

Wat wil je later worden
word je soms piloot
of schooljuffrouw of kruidenier
of schipper op een boot?

Ik word clowntje, ik hou van pret,
overdag en ook in bed.

Wat wil je later worden
word je soms piloot
of schooljuffrouw of kruidenier
of schipper op een boot?

Ik word brandweer: avontuur,
ik hou van vuur, op ieder uur.

Wat wil je later worden
word je soms piloot
of schooljuffrouw of kruidenier
of schipper op een boot?

Ik word opa, ik hou van oud,
en van oma, schattebout!

Wat wil je later worden
word je soms piloot
of schooljuffrouw of kruidenier
of schipper op een boot?






Wat zegt de Engelsman, de Engelsvrouw, de Engelsman,
wat zegt de Engelsman als je vraagt of die goed praten kan?
'Yes!' zegt de Engelsman, de Engelsvrouw, de Engelsman,
'Yes!' zegt de Engelsman, als je vraagt of die goed praten kan.

Wat zegt de Spaanse man, de Spaanse vrouw, de Spaanse man,
wat zegt de Spaanse man als je vraagt of die goed praten kan?
'Si!' zegt de Spaanse man, de Spaanse vrouw, de Spaanse man,
'Si!' zegt de Spaanse man, als je vraagt of die goed praten kan.






Wollen mutsen, winterjassen,
dikke wanten die niet passen,
brrr, wat is het koud, koud, koud,
brrr, wat is het koud!

Koude voeten, koude benen,
dooie vingers, wintertenen,
brrr, wat is het koud, koud, koud,
brrr, wat is het koud!

Koude oren, koude handen,
neus bevroren, klappertanden,
brrr, wat is het koud, koud, koud,
brrr, wat is het koud!

Wollen sokken, wintertruien,
natte sneeuw en hagelbuien
brrr, wat is het koud, koud, koud,
brrr, wat is het koud!

Warm bedje, da's pas lekker
arrejakkes, 'k hoor de wekker,
brrr, wat is het koud, koud, koud,
brrr, wat is het koud!






'k Woon in een ander huis,
in een andere straat,
met heel andere kinderen,
waar alles anders gaat,
want we zijn verhuisd, ja, ja
want we zijn verhuisd.

't Klinkt zo hol in huis
en m'n kamertje ruikt raar,
de kisten staan nog ingepakt
ah, was 't maar niet waar,
want we zijn verhuisd, ja, ja
want we zijn verhuisd.

't Is een heel mooi huis,
overal glimt 't parket,
maar ik mis m'n vriendinnetje,
die woont nog in de flat,
want we zijn verhuisd, ja, ja
want we zijn verhuisd.

Da da doem dai, da da doem dai
da da doem dai, da da doem dai
want we zijn verhuisd!






Wij zijn van het soppen,
het dweilen en boenen,
we lappen de ramen,
we poetsen de schoenen.

Ik doe de was en ik de wc,
ik zuig het vuil en ik doe niet mee.

Ik stof het stof en ik lap de ruit,
ik veeg de straat en ik rust wat uit.

Wij wassen af, we poetsen de stad,
straks zijn we klaar en dan gaan we in 't bad.







©   Copyright
Op bovenstaande teksten en de bladmuziek
rust copyright! Klik hier.



teksten: Burny Bos
muziek: Joop Stokkermans
uitvoering: Wieteke van Dort



verantwoording:

Bovenstaande selectie zijn de liedjes die wij
in onze jeugd zijn blijven zingen n.a.v. de radio-
uitzendingen van Radio Lawaaipapegaai (1976-1978).

Deze liedjes zijn dus niet allemaal op LP verschenen.
De teksten zijn indertijd opgetekend m.b.v. opname op casettebandjes.

Klik voor muzieknotatie hieronder op 'Met muziek'.




Achtergrondinformatie over Lawaaipapegaai





Ja, ik wil liedjes op cd!



     
Voor bladmuziek en mp3
klik hieronder op: Met muziek






Volksliedjes       Songteksten       Dutch children's songs

Home             Zoek             Links             Gastenboek             Colofon