|
|
Maantje, maantje,
sta je daar stil op wacht
tussen de sterrenpracht?
Maantje, maantje,
kijk ik je aan is het
net of je lacht.
Marjolijne, Marjolijne,
ja, je bent mijn lieve kleine
Marjolijne, Marjolijne,
later zal dat anders zijn.
Marjolijne, Marjolijne,
ja, je bent mijn lieve kleine
Marjolijne, Marjolijne,
maar toch blijft het altijd fijn.
Je bent voor ons gezinnetje
een allerliefst vriendinnetje
we hebben reuzeveel plezier
met de jongste van ons klavertje vier!
Marjolijne, Marjolijne,
ja, je bent mijn lieve kleine
Marjolijne, Marjolijne,
later zal dat anders zijn.
Marjolijne, Marjolijne,
ja, je bent mijn lieve kleine
Marjolijne, Marjolijne,
maar toch blijft het altijd fijn.
Copyright tekst en muziek: klik hier.
Meiregen, maak dat ik groter word, groter word,
groot zijn dat wens ik zozeer!
Moederlief was ik maar groot genoeg, groot genoeg,
'k liep in de regen niet meer.
Moederlief was ik maar groot genoeg, groot genoeg,
'k liep in de regen niet meer.
Mieke hou je vast
aan de takken van de bomen,
Mieke hou je vast
aan de touwen van de mast.
Mieke hou je vast
anders val je in het water,
Mieke hou je vast
anders val je in het nat.
Moriaantje zo zwart als roet
ging uit wandelen zonder hoed
en de zon scheen op haar bolletje
daarom droeg zij een parasolletje.
't Parasolletje was te duur
daarom ging zij naar de schuur.
Maar de schuur die was gesloten
daarom ging zij naar de boten.
Maar de boten begonnen te roeien
daarom ging zij naar de koeien.
Maar de koeien begonnen te schoppen
daarom ging zij naar de poppen.
Maar de poppen begonnen te slaan
daarom ging zij naar de maan.
Maar de maan begon te draaien
daarom ging zij naar de haaien.
En de haaien aten haar op
maar dit liedje was maar een mop.
Naar bed, naar bed, zei Duimelot.
Eerst nog wat eten, zei Likkepot.
Waar zal ik 't halen? zei Langejan.
Uit grootmoeders kastje, zei Ringeling.
Dat ga ik verklappen! zei 't Kleine Ding.
Olleke, bolleke, rubisolleke,
Olleke, bolleke, knol!
Onder hele hoge bomen
in het groot kabouterbos
staat een heel klein aardig huisje
zomaar midden op het mos.
'k Zou er graag in willen wonen,
maar ik ben toch veel te groot,
't is gemaakt voor de kabouters
met hun jasjes, mutsjes rood.
Als het nacht is en heel donker
is het helemaal niet naar,
want dan zitten de kabouters
heel gezellig bij elkaar
Ieder zit er op een stoeltje
met een kaarsje in zijn hand
en dan zie je allemaal lichtjes
in kabouter-sprookjesland.
Onder moeders paraplu
liepen eens twee kindjes,
Hanneke en Janneke,
dat waren dikke vrindjes.
En hun klompjes gingen klik, klak, klik,
en de regen deed van tik, tak, tik,
op moeders paraplu,
op moeders paraplu.
Toen kwam Jan de Wind erbij,
die joeg eerst heel zoetjes,
toen al hard en harder maar
de regen in hun snoetjes.
En Jan de Wind, die rukte en trok,
en op en neder ging de stok
van moeders paraplu,
van moeders paraplu.
Maar Hanneke en Janneke
dat waren flinke klantjes!
Ze hielden stijf de paraplu
in allebei hun handjes.
En ze lachten blij van hi, ha, hi,
en ze riepen: Jan, jij krijgt hem nie!
't Is moeders paraplu,
't is moeders paraplu!
Op de fiets, tingelingeling, op de fiets,
ga je heerlijk en 't kost bijna niets.
Hij brengt je beslist zonder duiten
ver weg waar de vogeltjes fluiten.
Op de fiets, tingelingeling, op de fiets,
ga je heerlijk en 't kost bijna niets.
Je voelt je gezond en je trapt er op los
op je stalen ros! Tjiedel diedel djom pom!
Op een grote paddestoel
rood met witte stippen
zat kabouter Spillebeen
heen en weer te wippen.
Krak, zei toen de paddestoel,
met een diepe zucht,
vlogen beide beentjes,
hoepla in de lucht!
Maar kabouter Spillebeen
ging weer door met wippen
op een grote paddestoel
rood met witte stippen.
Daar kwam Vader Langbaard aan
en die zei toen luid:
"Moet dat stoeltje ook kapot?
Spillebeen, schei uit!"
Op een klein stationnetje
's morgens in de vroegte
stonden zeven wagentjes
keurig op een rijtje
en het machinistje
blies al op zijn fluitje,
hakke, hakke, puf, puf,
weg zijn wij!
Opa Bakkebaard heeft een huisje
en in dat huisje daar is het goed,
opa Bakkebaard is aan 't werken
en weet jij wel wat hij doet?
Hij veegt de vloer,
met een bezem, met een bezem,
hij veegt de vloer,
zo veegt hij de vloer.
Opa Bakkebaard heeft een huisje
en in dat huisje daar is het goed,
opa Bakkebaard is aan 't werken
en weet jij wel wat hij doet?
Hij bakt een taart,
in de oven, in de oven,
hij bakt een taart,
zo bakt hij een taart.
Opa Bakkebaard heeft een huisje
en in dat huisje daar is het goed,
opa Bakkebaard is aan 't werken
en weet jij wel wat hij doet?
Hij gaat naar bed,
met een slaapmuts, met een slaapmuts,
hij gaat naar bed,
zo gaat hij naar bed.
(hij roert de soep, met een lepel
hij melkt de koe, op een krukje
hij wiedt de tuin, met een schoffel
hij maait het gras, met een maaier
hij knipt zijn baard, met een schaartje
hij voert de geit, uit een bakje
hij bakt een ei, op een vuurtje
hij leest de krant, op een bankje
hij gaat naar bed, met een slaapmuts) enz.
O, wat zijn we heden blij
Peter is jarig, Peter is jarig
o, wat zijn we heden blij
Peter is jarig en dat feest vieren wij!
En dan krijg je kaas op brood
op een klein bordje, op een klein bordje
en dan krijg je kaas op brood
op een klein bordje en dan word je zooooo groot!
Klik hier voor overzicht verjaardagsliedjes.
Oze wiezewoze wieze walla kristalla
kristoze wiezewoze wieze wies wies wies wies.
Papegaaitje leef je nog?
Ieja, deeja.
Ja meneer, ik ben er nog!
Ieja, deeja.
'k Heb m'n eten opgegeten
En m'n drinken laten staan.
Ieja, deeja, POEF!
Poesje mauw,
kom eens gauw:
ik heb lekk're melk voor jou!
En voor mij:
rijstebrij,
o, wat heerlijk smullen wij!
Rijen, rijen, rijen
in een wagentje
en als je dan niet rijen wil
dan draag ik je!
Rijen, rijen, rijen
in een wagentje
en als je dan niet rijen wil
dan draag ik je!
Robinson, Robinson,
reizen in een luchtballon,
overzee, overzee,
met je meisje samen mee.
Een, twee, drie, vier
we dansen en we zingen en we hebben veel plezier.
Vijf, zes, zeven, acht
moeder blaast de kaarsjes uit en ik zeg goedenacht!
Roodborstje tikt tegen 't raam, tin, tin, tin,
laat mij erin, laat mij erin.
't Is hier te guur en te koud naar mijn zin,
laat mij erin, tin, tin, tin.
't Meisje deed open en gaf op haar schoot
kruimeltjes suiker en kruimeltjes brood.
Dat was het roodborstje wel naar de zin,
vloog toen het bos weder in.
Rosalinda ging uit wandelen
en zij nam haar zusje mee
en zij kocht een pond amandelen
en die deelde ze in twee.
Rozemaria, Rozemarijne,
jij bent mijn kleine
Rozemarijne,
jij bent mijn kleine
Rozemarie!
Tekst: W.G. van de Hulst.
Muziek: zie copyright.
Rozemarijntje, Rozemarijntje, Rozemarijntje kleine schat
Rozemarijntje, Rozemarijntje, Rozemarijntje gaat in bad
lekker wassen, lekker boenen,
daarna knuffelen, daarna zoenen
Rozemarijntje, Rozemarijntje, Rozemarijntje gaat in bad
Rozemarijntje, Rozemarijntje, Rozemarijntje gaat naar bed
Rozemarijntje, Rozemarijntje, Rozemarijntje uit is de pret
lekker slapen, lekker dromen
tot de zon weer op gaat komen
Rozemarijntje, Rozemarijntje, Rozemarijntje gaat naar bed
Rozemarijntje, Rozemarijntje, Rozemarijntje is zo lief
Rozemarijntje, Rozemarijntje, Rozemarijntje hartedief
ja je bent ons lieve meisje
daarom zing ik voor jou dit wijsje
Rozemarijntje, Rozemarijntje, Rozemarijntje is zo lief
Copyright tekst en muziek: klik hier.
|