|
|
Elsje Fiederelsje
zet je klompjes bij 't vuur.
Moeder bakt pannekoeken,
maar het meel is zo duur.
Tingelingelinge pannekoek,
stroop met rozijnen,
tingelingelinge pannekoek,
kom op bezoek!
Er is er één jarig, hoera, hoera,
dat kun je wel zien: dat is hij.
Dat vinden wij allen zo prettig ja, ja,
en daarom zingen wij blij.
Hij leve lang hoera, hoera,
hij leve lang hoera, hoera,
hij leve lang hoera, hoera,
hij leve lang hoera!!!
Klik hier voor overzicht verjaardagsliedjes.
Er was er eens een mannetje dat was niet wijs,
dat bouwde zijn huisje al op het ijs,
maar toen ging het dooien en niet vriezen
en toen moest dat mannetje zijn huisje verliezen.
O, o, o, dwars door het ijs
want dat mannetje was niet wijs.
Er was er eens een vrouw
die koeken bakken wou,
maar het meel dat wou niet rijzen.
De pan viel om
en de koeken waren krom
en haar man heette Jan van Gijsen.
Er zat een aapje op een stokje,
achter moeders keukendeur.
Hij had een gaatje in zijn rokje,
en daar stak zijn staartje deur.
Hij had een ringetje om z'n vingertje
en dat was van zuiver goud,
daarom dachten alle mensen
dat dat aapje was getrouwd.
Er zat een klein zigeunermeisje,
huilend op een steen.
Huilend, huilend helemaal alleen
Sta op zigeunermeisje, droog je traantjes af
kies een kindje uit de kring
want anders ben je af!
Er zat een klein kaboutertje,
te huilen op een steen.
Huilen, huilen helemaal alleen
Sta op kaboutertje en droog je traantjes af
kies een kindje uit de kring
met wie je dansen mag!
Er zaten zeven kikkertjes
al in een boerensloot.
De sloot die was bevroren,
de kikkertjes half dood.
Ze kwekten niet, ze kwakten niet
van honger en verdriet,
er zaten zeven kikkertjes
al in een boerensloot.
De jongste, die een wijsneus was,
zei tot zijn kameraads:
Die malle nachtegalen,
wat hebben zij een praats.
Was eerst het ijs maar in de dooi,
wij zongen net zo mooi!
De jongste, die een wijsneus was,
zei tot zijn kameraads.
De milde lieve lente kwam,
zij kwaakten d'oude wijs.
Als zij dat zingen noemen,
wens ik ze weer in't ijs!
Ik geef die kikkers allemaal,
voor ene nachtegaal.
De milde lieve lente kwam,
zij kwaakten d'oude wijs.
Tekst: J.P. Heije
Muziek: T. Steenhuis.
Fivolala, fivolala,
eenmaal, tweemaal, doerakikaka
fivolala, fivolala,
eenmaal, tweemaal, doekika!
Foekepotterij, foekepotterij
geef me een centje dan ga ik voorbij.
'k Heb geen geld om brood te kopen
daarom moet ik met de foekepotte lopen.
Foekepotterij, foekepotterij
geef me een centje dan ga ik voorbij.
Goedenavond speelman,
mijn vader laat vragen
of u 't avond spelen kan,
voor de kleine poppedijne
en de grote bim-bam.
Grote klokken zeggen:
bimbam, bimbam.
Kleine klokken zeggen:
bimbam, bimbam, bimbam, bimbam.
En het kleine polshorloge:
tikketakke tikketakke tikketakke tik!
Hak en teen en hak en teen,
je beide handen op je knie,
hak en teen en hak en teen,
la la la la la la!
En je rechter hand, je linker hand,
je beide handen op je knie,
je rechter hand, je linker hand,
la la la la la la!
Hannes loopt op klompen,
zimpe zampe zompe,
door de plassen dat het spat,
broek en kousen worden nat!
Moeder zegt: "Hans, laat dat hoor!"
Hannes die loopt stevig door
hij laat zich niet lompen!
Hannes zit te brommen,
rimme, ramme, romme,
op zijn vader, op zijn moe,
snauwt zijn broers en zusjes toe,
heeft met niemand ooit geduld,
zeg hem "Jij hebt zelf schuld!"
nou daar mot je niet om komme!
Wil je 't eens proberen,
lirre, larre, leere,
iets te maken van het kind,
't is verloren moeite, vrind!
Jongetjes zo vol venijn,
kinderen die zo koppig zijn,
kun je niet bekeren.
Hansje pansje kevertje,
klom eens op een hek.
Neer viel de regen,
die spoelde Hansje weg.
Toen kwam de zon
en die maakte Hansje droog.
Hansje pansje kevertje,
klom toen weer omhoog.
Hap, hap, hap,
Julia eet pap,
dat doet ze met een lepeltje,
da's knap, knap, knap!
Copyright tekst en muziek: klik hier.
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven,
Heb je wel gehoord van de zevensprong?
Ze zeggen dat ik niet dansen kan,
Maar ik kan dansen als een edelman.
Dat is één.
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven,
Heb je wel gehoord van de zevensprong?
Ze zeggen dat ik niet dansen kan,
Maar ik kan dansen als een edelman.
Dat is één.
Dat is twee.
enz.
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven,
Heb je wel gehoord van de zevensprong?
Ze zeggen dat ik niet dansen kan,
Maar ik kan dansen als een edelman.
Dat is één.
Dat is twee.
Dat is drie.
Dat is vier.
Dat is vijf.
Dat is zes.
En dat is ze-he-ven!
Helikopter, helikopter,
mag ik met jou mee omhoog?
Hoog in de wolken wil ik wezen
hoog in de wolken wil ik zijn.
Helikopter, helikopter,
vliegen is zo fijn!
Herfst, hefst, wat heb je te koop?
Honderduizend bladeren op een hoop,
zakken vol met wind,
ja m'n kind,
'k weet niet of jij dat aardig vindt.
Herfst, herfst, wat heb je te koop?
Honderd paddestoelen op een hoop,
'k zet ze voor je neer,
heus meneer,
dat doe ik alle jaren weer.
Herfst, herfst, wat heb je te koop?
Dikke grijze wolken op een hoop,
alles in de stad
gooi ik nat,
koop je van mij zo'n regenbad?
Het regent, het regent,
de pannetjes worden nat.
Daar kwamen twee boerinnetjes,
die vielen op hun kinnetjes.
Het regent, het regent,
de pannetjes worden nat.
Het regent het regent
de pannetjes worden nat.
Er kwamen twee soldaatjes aan
die vielen op hun gat.
Hik sprik sprauw
ik geef de hik aan jou
ik geef de hik aan een andere man
die de hik sprik sprauw verdragen kan.
Holder de bolder
we hebben een koe op zolder
een rode koe, een bonte koe,
aboe, aboe, aboe!
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen,
hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen,
oren, ogen, puntje van je neus,
hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Hop Marjanneke,
stroop in het kanneke,
laat de poppetjes dansen!
Gisteren was er de prins in het land
en nu die kale Fransen.
Hop Marjanneke,
stroop in het kanneke,
hop Marjanneke Jansen!
Hij wiegt het kind en hij roert de pap
en laat de poppetjes dansen.
Hortsik, paardje,
rijden naar de stal,
paardje kan daar haver krijgen,
jij krijgt niemandal!
|